De Bever

kleuter- en lagere school

Leerlingenbegeleiding

LEERKRACHTEN:

Als spilfiguur van de zorg in het eigen klasgebeuren moet elke leerkracht van onze school voortdurend volgende reflectie maken :

  1. Hoe kan ik op een positieve wijze het welbevinden, de sociale competenties, de bekwaamheid, de belangstelling, de motivatie en de wilskracht bij mijn kinderen beïnvloeden zodat ik elk van hen optimale leerkansen bied?
  2. Hoe kan ik een veilige leer-en leefwereld creëren?
  3. Hoe kan ik mijn kinderen uitdagen en stimuleren om een stapje verder te zetten in hun ontwikkeling?
  4. Hoe ben ik als leerkracht, hoe is mijn handelen,hoe zijn mijn leerinhouden, hoe kan ik mezelf verder ontwikkelen en bekwamen?
     

ZORG:

Een zorg die vertrekt vanuit de eigenheid van elk kind : zijn aanleg, zijn bekwaamheid, zijn welbevinden, zijn sociale competenties, zijn belangstelling, zijn motivatie en wilskracht.
Het veronderstelt een duidelijke afspraak met alle participanten: ouders, leerkracht(en), zorgcoördinator, CLB, directie, ….
Zorg in 4 stappen:

  1. De leerkracht ervaart een probleem en probeert ZELF het probleem aan te pakken. Dit kan ze doen door te observeren, testen te interpreteren, zich te documenteren, interventies te organiseren op klasniveau en of individuele aanpak, selecteren van leerlingen voor filteroverleg.  (fase 0)
  2. Waar nodig wordt het leerproces van en bepaalde leerling bijgestuurd.  De leerkracht roept de hulp in van andere mensen binnen de school: collega’s/ zorg/ses/… Ze vraagt een overlegmoment aan de gok/zorg/directie. Vanuit dit rechtstreeks overleg kunnen acties ondernomen worden.  De verhoogde zorg wordt aangeboden door de klasleerkracht of de sesleerkracht (klasintern of klasextern) afhankelijk van de onderwijsbehoefte van het kind en de ondersteuningsbehoefte van de leerkracht.  De zorgsteun wordt geregistreerd door de zorgcoördinator.  Samen selecteren ze de leerling(en) voor het MDO. (fase1- filter)
  3. De zorgcoördinator roept hulp in van andere mensen buiten de school omdat de draagkracht van het schoolteam wordt overschreden. Een CLB-medewerker zorgt voor leerlinggebonden hulp en structurele schoolondersteunende hulp. Het MDO wordt georganiseerd en een handelingsplan wordt opgesteld en ingevuld.  De klasleerkracht blijft ook hier nog steeds spilfiguur. Alles wordt besproken met de ouders. (fase 2- MDO)
  4. Mogelijke alternatieven worden besproken om uit vastgelopen situaties te geraken. Samen met het CLB worden onderzoeksvragen gesteld (wat wil de school weten en waarom) die via diagnostiek worden beantwoord. Dit is een opdracht van het CLB maar het is aan de school om didactisch materiaal aan te leveren. Het kind wordt immers gevolgd  over een ganse periode van bij de instap af.  Dit traject kan leiden tot een aangepast currciculum of een overstap naar een andere school …) of een school voor buitengewoon onderwijs. (fase 3) …) of een school voor buitengewoon onderwijs. (fase 3)